Gedichten

Kunstwerk samenwerking Myrte van Dijk en José van Weert

Emotionele bundel over misbruik in de RK Kerk
Op zondag 22 november 2015 om 15.00 uur wordt het eerste exemplaar van de bundel “Zuigend Graf” uitgereikt aan Dominee Alexander Veerman .
Alexander Veerman is landelijk bekend vanwege zijn werk binnen de problematiek van seksueel misbruik. Via de IKON is hij bereid gevonden om aanwezig te zijn bij dit belangrijke moment voor de schrijver Mart Brok. In zijn jeugd is de schrijver misbruikt op het Klein Seminarie in Oosterhout. In zijn leven daarna zijn daarvan de sporen duidelijk terug te vinden. Toen enige jaren geleden bleek dat seksueel misbruik binnen de RK Kerk veelvuldig voor kwam heeft hij de pen opgevat en zijn, veelal weggemoffelde, herinneringen in dichtvorm opgeschreven.

De kunstenaars Myrte van Dijk ( Kumy) en Sé van Weert hebben een installatie gemaakt naar aanleiding van seksueel misbruik. Deze zal geëxposeerd worden tijdens de doop van de bundel “Zuigend Graf”.

Mart Brok nodigt iedereen uit om dit moment met hem te “vieren”. Er zullen gedeelten uit de bundel worden voorgedragen en ook Esther Veerman, de vrouw van Alexander, zal vertellen over haar werk met mensen die slachtoffer zijn geweest van seksueel misbruik.

Ter plekke is de Bundel te koop voor € 9,95. Een uitgave van M.Boox in samenwerking met de Taalwerkplaats

 

Drenthe te Nieuw-Amsterdam.
Verdere informatie: www.taalwerkplaatsdrenthe.nl
Zijtak OZ 66 7833AP Nieuw-Amsterdam 0591-564303.

 Gedichten

Het ontbreken van een hand voor ogen
geeft het maanloos duister
de avondschaduw van de liefde

Het voorbije trekt strepen
op een florissant behang
de oliepit gaf de geest
de goede tijd was onomstotelijk geweest

De fakkeldrager doet een laatste poging
om de minne de bezingen
maar twijfelt hopeloos
met welk woord te beginnen

Als een nachtkaars
gaat de zielenpret langzaam uit
haast ongemerkt
zoals in Turks Fruit

Wie telt de jaren
en gaat er met de vleermuis uit
ik stamel stomme stekeligheden
naar de reeds verloren bruid

Waarom zou de nacht toch steeds versomberen
terwijl de dag toch barst van wonderen
de doorleefde mens knarst de tanden
betast de duistere wanden
en droomt zich vlug een paradijs
waarin de liefde wedijvert
met de haat
er loopt een goot in elke straat
daar liggen vaak de mannen
die aan het kortste eindje trokken
zij hebben blaren op de billen
en dikke gaten in de sokken

Het zonloos denken
met een lumineus idee
verkleed de zwerver
op de laatste plee
zo donker als de nacht
licht het zachte avondfloers
te wachten op een Egyptisch duister

De flikkergloed en flonkerglans
belichten soms de leugen
waarop de liefde was gebouwd
dat kon ten slot niet deugen
want wie met glimhout vrijt
zich spiegelt aan verwachting
neemt het best de kaarsendomper
om de nacht te overleven
tenslotte duurt de dag maar even

Ik zie geen hand voor ogen
als ik naar de liefde kijk
wat doe ik hier
is niet mijn tijd al lang voorbij
waar wacht ik op in deze ambiance

Nee, laten we nou eerlijk zijn
het is toch geen gezicht
een man van drie en zestig
die droomt van blote borsten
en een aangeboden hals

Doe ik er niet beter het zwijgen toe
in een bescheiden seniorenbed
het leven heeft nu lang genoeg geduurd
dit is of was het

Hé, wat toevallig
ik had je wel verwacht
maar juist nu
juist vannacht

Nee nee natuurlijk zal ik zwijgen
dat is welhaast mijn beroep
ik ben de dichter zonder woorden
en verder een wijd geopend boek
wat fijn je hier te zien
zo liggend op mijn bed
het lijkt wel wat op vroeger
maar toen was ik aan zet

Kom streel mijn babyhuidje
en zuig wat aan mijn ouwe fluitje
dan zal ik zachtjes kreunen
op de maat van de muziek
de bloes gaat open
ik doe aan aardedonkere romantiek

De nachtwandelaar sliep
een groot gat in de dag
terwijl het nachtverblijf
was uitgelopen
tegen de gewoonte in
omdat de dagen korter werden
dan de nacht ertussenin

Wars van elke logica
trok de maan de zee op
tot het eb werd
en de springvloed
de bevruchting
van de kikker
proefondervindelijk
apetrots voorbij ging
aan de natte droom
van de dichter
die open stond
voor het sluiten
van de vrede
tussen zon en maan
die tegelijkertijd
aan de hemel wilden staan

Dan leg ik braaf
mijn armen om haar heen
en vrij een hele nacht
ik droom de witregel
geschreven op haar lijf
als ik geheel en zeker buiten kijf
haar borsten rollen laat
tussen mijn geile vingers
die het schaamteloze hijgen
tomeloos laat mainteneren
achter in de doortrapte kerk
die het gelijk vond op de preekstoel
waarachter de pastoor
de koorknaap kneep

Langdurig stilgezwegen
fluistert lover in de nacht
over poëzie en goudenregen
die een wolkenloze lucht verwacht
in de verte krijst een meeuw
de eenzame vuurtoren
strijkt haar lichtstraal
over de kabbelende zee
de schipper kust zijn vrouw
langs het strand sukkelt de zwerver
de neus voorzichtig in de wind
de halflege fles valt uit zijn zak
weer een dag geleden
aan het lange leven
dat maar geen einde kent
alsof dat went
de teksten in zijn hoofd
strijden om wat ruimte
zo overvol gedachten
zonder ergens was rust
gaat hij verder langs de kust
zijn laatst gelopen meter
zal ongemerkt voorbij gaan
aan een wereld
die de nacht gebruikt
om stiekem te verbergen
wat iedereen al lang weet

gisteren zei hij nog dat het hem speet

dat het niet expres was
en niet zo bedoeld
hij had het immers niet geweten
en eigenlijk niks misdaan
nee….hij daar… dat is een fraaie
hij ging de buurvrouw aaien
en die dikke om de hoek
hoe komt die aan die porche
waar kan die het van doen
zijn zakken puilen uit
van witgewassen poen
en dan die van hierachter
vermoedelijk een verkrachter
tenminste dat zeggen ze
ik zou het niet weten
van mij zul je niets horen
ik ben precies op tijd geboren
en ook mijn dood zal niet verrassen
zo om de vier vijf jaar ga ik verkassen
dan blijf je ongebonden
een beetje zonderling misschien
maar dat is altijd nog beter
dan dat ze in je hartzeer zien
Ik sterf met een bundel in de hand
want niemand wil hem kopen
een beetje dom naar ik nu meen
want het leven van deze dichter van de nacht
wendt zich steeds weer onverwacht

In een rood cafeetje in de Parkstaete
droomt de dichter zich in lege straten
waar alles wat hij zei
of wat hij stiekem heeft gedacht
nooit zichtbaar worden zal
na deze dwaze nacht

De ochtendzon bestaat nog niet
voordat hij komen mag